Thursday, October 06, 2005

Verklaring Europese Delegatie

Verklaring van Europese Delegatie naar Israël en Palestina *


Tussen 22 en 28 augustus bracht een Europese Delegatie van voormalige ministers uit Nederland, Ierland en Duitsland en een voormalige ambassadeur uit Frankrijk een fact finding bezoek aan Israël en Palestina (bezette Palestijnse gebieden). De Delegatie bestond ook uit vijf afgevaardigden van de civiele maatschappij in Europa. De Delegatie werd geleid door Prof. Andreas van Agt, Minister-president van Nederland tussen 1977 en 1982.

Het bezoek vond plaats kort naar de evacuatie van Israëlische kolonisten uit de Gazastrook. De Delegatie ging op reis op dit cruciale moment,
om uit eerste hand die feiten waar te nemen en te beoordelen, die een bedreiging (blijven) vormen voor het vooruitzicht op een rechtvaardige vrede en die niet daadkrachtig worden aangepakt door de internationale gemeenschap.

De Delegatie kwam naar Israël en Palestina om deze feiten te verzamelen. De leden van de Delegatie willen deze feiten onder de aandacht brengen van de internationale media en de politieke vertegenwoordigers en functionarissen in de landen waaruit zij komen.

De feiten zoals waargenomen door de Delegatie:

In de regio Jeruzalem nam de Delegatie de uitbreiding van nederzettingen waar die zich op dit moment voltrekt. Zij bezocht een nederzetting ten oosten van Jeruzalem, genaamd Ma’ale Adumim. Deze nederzetting, thuisbasis voor 30.000 kolonisten en 14 kilometer diep in bezet gebied, maakt deel uit van een ring van nederzettingen, die bezet Oost Jeruzalem effectief isoleert van de rest van de Westelijke Jordaanoever.

Zij nam ook de Muur in en rondom Oost Jeruzalem plaats, bijvoorbeeld in Abu Dis, en in de regio Bethlehem. In deze en andere delen van de Westelijke Jordaanoever hindert de Muur het dagelijkse leven van honderdduizenden Palestijnen, Palestijnse wijken doorsnijdend, Palestijnen isolerend van basisvoorzieningen en elkaar en neerkomend op de facto annexatie van grote stukken bezet land.

Tenzij alle nederzettingen, de meer dan 400.000 kolonisten en de Muur op de Westelijke Jordaanoever worden verwijderd, c.q. geëvacueerd, zal de stichting van een onafhankelijke, soevereine en levensvatbare Palestijnse staat niet mogelijk zijn.

In Hebron nam de Delegatie de effectieve opsluiting in hun eigen gemeenschap waar van 150.000 Palestijnen, evenals hun volledige onderwerping aan de belangen van enkele honderd Israëlische kolonisten die illegaal in hun midden verblijven.

Voor een korte periode beleefde de Delegatie de vernedering die Palestijnse burgers van de Oude Stad van Hebron naar verwachting elke dag kunnen ondergaan. Vanuit daken werden op een straat, die aan de bovenzijde met netten was beschermd, door kolonisten verschillende voorwerpen gegooid. Op een plaats zonder netten werd een fles naar Palestijnen en Delegatie leden gegooid op een wijze die serieuze verwondingen tot gevolg had kunnen hebben.

De Delegatie was ook in diverse opzichten getuige van de meer algemene kenmerken van de ontberingen, die de Israëlische wurggreep van de lokale economie onder de burgers van Hebron veroorzaakt. 2.500 Palestijnse bedrijven hebben bijvoorbeeld moeten sluiten als gevolg van orders van het Israëlische leger.

Enkele dagen na de evacuatie van de kolonisten bezocht de Delegatie de Gazastrook. Toen zij bij de Erez-overgang de strook binnentrad, beleefde de Delegatie de onderdrukkende procedures, de dehumaniserende infrastructuur en de vernedering die Palestijnen bij iedere aankomst en bij ieder vertrek ondergaan.

De Delegatie concludeerde dat de bezetting van de Gazastrook allesbehalve voorbij is, gezien Israëls voortdurende controle over vitale aspecten van het leven van de Palestijnen. Alle externe grenzen, inclusief het luchtruim en de zee, blijven onder controle van Israël, zodat de Gazanen geïsoleerd blijven. Het Israëlische leger blijft voor onbepaalde tijd in delen van de Gazastrook aanwezig.


De Delegatie nam enkele uitingen waar van de grootschalige vernielingen, die 38 jaar bezetting de levens en bezittingen van de meer dan één miljoen Palestijnen in de Gazastrook hebben toegebracht. Meer dan twee derde van de bevolking is werkeloos en leeft onder de armoedegrens. Deze omstandigheden vormen een reële en continue bedreigen van hun menselijke waardigheid.

Met behulp van UNWRA bezocht de Delegatie het Jabalia vluchtelingenkamp in de Gazastrook, waar 106.000 mensen op 1,3 vierkante kilometer leven. De misère op deze plaats bleek onbeschrijfelijk, onder meer vanwege een tekort aan water en een beperkte toegang tot onderwijs en gezondheidszorg. Zij concludeerde dat het welzijn van deze en andere vluchtelingen in de Gazastrook, 900.000 in totaal, blootstaat aan grote risico’s na Israëls afscheiding.

Op tal van plaatsen op de Westelijke Jordaanoever kwam de Delegatie fysieke obstakels tegen, zoals controleposten en wegversperringen, geplaatst door het Israëlische leger, die ernstig inbreuk maken op de bewegingsvrijheid van de Palestijnen en die hun leefbaarheid en economie serieus beschadigen.

De Delegatie sprak ook met een aantal key actors aan beide kanten. Ontmoetingen vonden plaats met Israëlische en Palestijnse parlementariërs en vertegenwoordigers van de civiele maatschappij. Afspraken op hoog niveau waren aangevraagd aan zowel Israëlische als Palestijnse zijde. Laatstgenoemde reageerde positief en faciliteerde een ontmoeting met de Palestijnse premier Ahmed Qurei.

Al deze ontmoetingen bevestigden de grote zorgen van de Delegatie leden, dat de bestaande bedreigingen van het vooruitzicht op vrede niet mogen worden onderschat.

Conclusie:

Ø Israëls afscheiding van de Gazastrook heeft bij velen de hoop doen toenemen dat vrede nu binnen bereik is. In het licht van de bovengenoemde en andere feiten die zij waargenomen heeft, betreurt de Delegatie dat zij moet meedelen dat deze hoop niet gerechtvaardigd is. De evacuatie van kolonisten uit de Gazastrook vormt geen betekenisvolle terugtrekking.

Ø De Delegatie erkent de noodzaak voor democratisering en versterking van de rechtstaat aan Palestijnse zijde en het respect voor de mensenrechten door de Palestijnse Autoriteit. Zij erkent en bevestigt Israëls bestaansrecht en recht op veiligheid. Zij veroordeelt alle aanvallen gericht tegen burgers. Ondubbelzinnig veroordeelt de Delegatie zelfmoordaanslagen. Deze zienswijze werd door allen gedeeld, waarmee de Delegatie ontmoetingen had.

Ø Ten stelligste wijst zij de volharding van de Israëlische regering af in beleid, in het bijzonder het nederzettingenbeleid, dat illegaal is en dat dagelijks veel leed onder Palestijnen veroorzaakt. De Delegatie beschouwt de voortdurende bezetting en dit beleid als de voornaamste oorzaak voor de actuele impasse en het gebrek aan vooruitgang in het bereiken van een overeengekomen, rechtvaardige en duurzame vrede die in overeenstemming is met het van toepassing zijnde internationaal humanitaire recht en de mensenrechten.

Ø Tot op de dag van vandaag heeft de internationale gemeenschap dit beleid van de Israëlische regering niet beëindigd, daarmee bijdragend aan het voorduren van een situatie van rechte- en straffeloosheid in Palestina. Dit gegeven verklaart de focus van de Delegatie in haar oproep tot actie, daar waar zij de noodzaak voor verandering het grootst acht.

Ø De Delegatie concludeert dat, in het licht van Israëls volharding in het bovengenoemde beleid en de destructieve impact van dit beleid op de situatie op de grond, een einde van het Israëlisch-Palestijnse conflict in de eerste plaats afhankelijk is van een meer vastberaden internationale interventie om Israël aansprakelijk te houden en naleving van het internationale recht af te dwingen.

Ø Interventie zou vorm moeten worden gegeven in overeenstemming met de relevante regels en principes van het internationale recht zoals, inter alia, genoemd in de uitspraak van juli 2004 van het Internationaal Gerechtshof inzake de Muur. Om rechtvaardigheid en vrede te bevorderen zou een dergelijke interventie, door onder meer de Europese Unie, moeten voortduren tot Israël volledig het internationale recht naleeft.


Onze oproep

Preamble

(a) De Delegatie concludeert dat de “constructieve dialoog” tussen de EU en Israël niet geleid heeft tot tastbare resultaten wat betreft het doen eindigen van beleid van achtereenvolgende Israëlische regeringen, dat veel leed (heeft) veroorzaakt en dat vrede in de weg staat;

(b) Zij betreurt dat hun eigen en andere Europese regeringen, alsook de instituties van de EU, ervoor hebben gekozen om geen effectieve druk op Israël uit te oefenen, druk die geleid zou hebben tot naleving van het internationale recht;

(c) Zij betreurt het feit dat het recentelijk overeengekomen Actie Plan tussen de EU en Israël geen benchmarks inzake mensenrechten bevat die niet-onderhandelbaar, operationeel en effectief zijn, benchmarks waar Israël aan moet voldoen alvorens (extra) voordelen te genieten;

(d) Zij betreurt in het bijzonder het feit dat Israëls illegale Muur en de mensenrechtenschendingen die door de Muur worden veroorzaakt niet worden genoemd in het Actie Plan en dat een speciale werkgroep inzake mensenrechten niet is opgericht;

(e) De Delegatie neemt kennis van de oproep van 106 Palestijnse organisaties, die Palestijnse vluchtelingen, Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook en Palestijnse burgers van Israël vertegenwoordigen, om boycots, divestments en sancties toe te passen tegen Israël, tot Israël het internationale recht toepast;

(f) Zij verwelkomt acties van civiele actoren, zoals het divestment initiatief van de Presbyteriaanse Kerk in de Verenigde Staten en anderen kerken, om ervoor te zorgen dat deze actoren op generlei wijze bijdragen aan het ondersteunen van de bezetting van de Palestijnen en hun land.

Aldus doet de Delegatie de volgende oproep.

De Delegatie roept de Europese Unie en de lidstaten en functionarissen van de EU die betrokken zijn bij Israël en Palestina op, in het bijzonder hun eigen regeringen, om:

1) de toepasbaarheid te blijven bevestigen van relevante regels en principes van het internationale recht en de eis om naleving van deze regels en principes kracht bij te zetten, als een richtinggevend kenmerk in ieder streven naar vrede in Israël en Palestina, in het bijzonder in het Kwartet;

2) op te roepen tot het houden op de korte termijn van een internationale vredesconferentie, ter ondersteuning van de Routekaart naar Vrede en in overeenstemming met het geldige internationale recht;

3) Israël te herinneren, na de evacuatie van haar kolonisten, aan haar voortdurende verantwoordelijkheden als de Bezettende Mogendheid van de Gazastrook (conform de Vierde Conventie van Genève); en om druk uit te oefenen op Israël om de bewegingsvrijheid van de Palestijnen en hun goederen binnen en in en uit de Gazastrook te waarborgen, met inbegrip van het luchtruim en de zee en een vrij toegankelijke doorgangscorridor met de Westelijke Jordaanoever;

4) te voldoen aan hun verplichtingen zoals genoemd in de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof inzake de Muur en Israël te dwingen de bouw van de Muur in bezet gebied onmiddellijk te staken en de delen te ontmantelen die reeds zijn gebouwd; en om bij de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aan te dringen op onmiddellijke actie, gebaseerd op UNGAR ES-10/15 en gericht op het afdwingen van deze uitspraak;

5) alle vormen van militaire samenwerking met Israël te staken die zouden kunnen bijdragen aan de onderdrukking van de Palestijnen of die deze zouden kunnen faciliteren; en om de EU-Gedragscode inzake Wapenhandel zonder vertraging toe te passen op de doorvoer van militaire goederen naar Israël via (lucht)havens van EU lidstaten, alsook op de uitvoer van dergelijke goederen naar Israël;

6) Israël te dwingen haar nederzettingen activiteiten op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, te beëindigen en bedrijven die zijn gevestigd in nederzettingen uit te sluiten van handel met EU lidstaten;

7) actief de opbouw van een rechtstaat en democratisering aan Palestijnse zijde te ondersteunen en het respect voor de mensenrechten van de Palestijnse Autoriteit te bevorderen;

8) bij te dragen aan de oprichting van een speciale werkgroep en een monitoring mechanisme, gericht op Israëls mensenrechtenbeleid;

9) bij te dragen aan de ontwikkeling en operationalisering van concrete benchmarks inzake mensenrechten, waar Israël aan moet voldoen alvorens voordelen te genieten; en om de voordelen voor Israël niet uit te breiden voordat Israël voldoet aan deze benchmarks en haar overige internationaal juridische verplichtingen;

10) de duidelijke intentie kenbaar te maken om de mensenrechtenclausule in het EU-Israël Associatieakkoord te activeren en dit akkoord op te schorten, indien Israël binnen afzienbare tijd niet voldoet aan deze benchmarks en haar verplichtingen.

Jeruzalem, 28 augustus 2005

Ondertekenaars:

Voormalige ministers en ambassadeurs

Prof. Andreas van Agt, Hoofd van de Delegatie
Minister-president van Nederland, 1977-1982

Dhr. Michael D. Higgins
Minister van Cultuur, 1993-1997, en zittend lid van de Parlementaire Commissie Buitenlandse Zaken, Ierland

Dr. Norbert Blüm
Minister van Werkgelegenheid en Sociale Zaken, 1982-1998, Duitsland

Dhr. Lucien Champenois
Minister Plenipotentiary, Frankrijk (gepens.)


Vertegenwoordigers civiele maatschappij

Dr. Rupert Neudeck
Voorzitter van “Greenhelmets”, Duitsland

Dr. Hajo G. Meyer
Bestuurslid “Een Ander Joods Geluid” en bestuurslid “International Forum for Justice and Peace”, Nederland

Mevr. Chris Tilanus
Nederland

Dhr. Ben Smoes
Voorzitter “International Forum for Justice and Peace”, Nederland

Dhr. Jan van der Kolk
Voormalig bestuurslid “Interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking”, Nederland



* De hierboven staande verklaring is een onofficiele vertaling van de verklaring van de delegatie (origineel verschenen in het Engels)